De stand van de Begroting 2026 samen met alle mutaties zoals opgenomen in deze Perspectiefnota 2027 leidt tot het volgende voorlopige meerjarenbeeld:
Bedragen × € 1.000 | ||||||
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | ||
Eindsaldo Begroting 2026 | € 140 | € 985 | € 1.245 | € 2.200 | € 3.145 | |
1a. Septembercirculaire 2025 | € 365 | € -70 | € -275 | € -510 | € -1.430 | |
1b. Water- en rioleringsplan (WRP) - raadsvoorstel | € 2.890 | € 2.355 | € 1.975 | € 1.285 | € 1.575 | |
Startpositie meerjarenraming 2026-2031 | € 3.395 | € 3.270 | € 2.945 | € 2.975 | € 3.290 | |
2a. Indexaties | € -2.390 | € -10.742 | € -10.597 | € -10.445 | € -10.498 | |
2b. Ontwikkelingen | € -6.423 | € 575 | € -4.292 | € -4.405 | € -4.982 | |
Financieel perspectiefnota 2027 | € -5.418 | € -6.897 | € -11.944 | € -11.875 | € -12.190 | |
Na het vaststellen van de Begroting 2026 heeft de raad twee raadsvoorstellen vastgesteld die effect hebben op het financieel perspectief. Dit zijn:
- Septembercirculaire 2025 (1a).
- Water- en rioleringsplan (1b).
De categorieën 2a en 2b worden hieronder toegelicht.
2a. Tekort op indexaties
Sinds 2024 is de jaarlijkse groei van het gemeentefonds (het accres) niet langer gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven, maar aan de ontwikkeling van de economie, gemeten via de groei van het bruto binnenlands product (bbp). Met deze systematiek wordt beoogd een stabielere groei van het gemeentefonds te realiseren dan onder de eerdere normeringsmethodiek.
De nieuwe normering bestaat uit twee onderdelen: een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op een achtjarig historisch gemiddelde van de bbp ‑ ontwikkeling, terwijl het prijsdeel aansluit bij de prijsontwikkeling (inflatie) van het bbp in het lopende jaar. Het prijsdeel is bedoeld om loon ‑ en prijsstijgingen op te vangen. In de praktijk blijft deze bbp ‑ prijsontwikkeling echter achter bij de inflatie waarmee gemeenten worden geconfronteerd. Dit is met name merkbaar bij de stijgende zorgkosten en bij kosten die samenhangen met infrastructuur, zoals uitbreiding, beheer, vernieuwing, renovatie en onderhoud.
De provinciale toezichthouder schrijft voor dat de gemeente haar budgetten reëel moet ramen. Dit betekent dat de budgetten voor materiële kosten en loonkosten worden geïndexeerd op basis van de uitgangspunten uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De compensatie die de gemeente hiervoor ontvangt via het gemeentefonds is echter lager dan de daadwerkelijke loon ‑ en prijsstijgingen. Het verschil komt daarmee voor rekening van de gemeente zelf.
Dit structurele verschil tussen de noodzakelijke indexering van de uitgaven en de beschikbare compensatie vanuit het gemeentefonds leidt vanaf 2027 tot een jaarlijks tekort van circa € 10,5 miljoen.
2b. Ontwikkelingen
Vanwege de gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende vorming van een nieuw college is in deze perspectiefnota bewust geen nieuw beleid opgenomen. De nota beperkt zich tot het verwerken van autonome ontwikkelingen, drie toezeggingen aan de gemeenteraad (leegstands- en verhuurverordening (naar aanleiding van raadsbesluit) en de herinvoering van de exploitatievergunningplicht horeca) en de ontwikkelingen bij de gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Voor de GR’en zijn de door hen ingediende (concept)begrotingen als uitgangspunt genomen. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen zijn hierin nog niet verwerkt en worden betrokken bij de Begroting 2027.
De toelichtingen van alle ontwikkelingen die effect hebben op het financieel perspectief zijn onder de begrotingsprogramma's inzichtelijk gemaakt.
Saldo financieel perspectief
De meerjarenbegroting staat onder druk. We zien vanaf 2027 een begrotingstekort van € 6,9 miljoen wat oploopt tot € 12,2 miljoen in 2030. Dit tekort wordt met name veroorzaakt door het noodzakelijk reëel ramen en indexeren van budgetten. Op grond van het geldende toezichtregime schrijft de provincie als toezichthouder voor dat gemeentelijke budgetten reëel worden geraamd en worden verhoogd met het CEP-inflatiecijfer. De compensatie die de gemeente hiervoor ontvangt via het gemeentefonds blijft hierbij achter en is onvoldoende om de stijgende kosten volledig op te vangen .
In deze perspectiefnota wordt het financieel perspectief nog niet sluitend gemaakt. Het sluitend maken van de financiële meerjarenraming vindt plaats bij de Begroting 2027, waarbij de focus in eerste instantie ligt op het sluitend krijgen van het begrotingsjaar 2027.
