Onder 'onzekerheden' wordt een aantal ontwikkelingen met mogelijke toekomstige (financiële) consequenties nader uitgewerkt of geactualiseerd. De genoemde consequenties verwerken we niet financieel in deze Perspectiefnota 2027, omdat ze ofwel binnen de huidige begroting worden opgevangen, ofwel omdat ze qua omvang of moment van voordoen nog niet vaststaan.
Biesboschgebied
Na het opheffen van het parkschap draagt de gemeente de verantwoordelijkheid en kosten voor de diverse openbare voorzieningen in de Dordtse Biesbosch, beheer en onderhoud daarvan. Het budget van het parkschap is daarbij verdeeld over verschillende budgetten van organisatieonderdelen die werkzaamheden in de Biesbosch verrichten.
Voor het Biesboschcentrum bleek dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar waren om de basisdienstverlening te kunnen verzorgen. Hiervoor zijn door de raad aanvullende middelen toegekend, onder een gelijktijdige taakstelling om deze middelen te dekken door het verhogen van de inkomsten en kostenbesparingen bij het Biesboschcentrum.
Na uitvoerig onderzoek is in de Perspectiefnota 2026 aangegeven dat deze taakstelling gedeeltelijk kon worden ingevuld door efficiencymaatregelen en hogere baten. Daarop is de bestuurlijke opdracht gegeven om de resterende taakstelling een gebiedsbrede opgave te laten zijn. In 2025 is een traject gestart waarin voor het hele Biesboschgebied wordt verkend welke besparingsopties en aanvullende inkomstenbronnen haalbaar zijn. Hierbij worden alle budgetten die voor het Biesboschgebied worden ingezet, die geen betrekking hebben op het Biesboschcentrum want die zijn immers al doorgelicht op alle mogelijkheden, geanalyseerd.
De uitkomsten van het traject worden in 2026 aan de raad voorgelegd."
Essenhof
Bij de Essenhof is geconstateerd dat gedurende een langere periode voornamelijk is gestuurd op kortetermijnbegrotingen. In het kader van het op orde brengen van de basis van de organisatie worden momenteel knelpunten zichtbaar die samenhangen met het ontbreken van structurele borging voor de middellange en lange termijn.
Op dit moment wordt gewerkt aan een integraal herstelplan, gericht op het versterken en bestendigen van de bedrijfsvoering, het waarborgen van de veiligheid en het voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Onderdeel van deze herstelopgave is het in beeld brengen en aanpakken van bestaande achterstanden en risico’s.
De uitvoering van het herstelplan kan gepaard gaan met aanvullende financiële consequenties. Het betreft hierbij zowel incidentele lasten als mogelijk meerjarige structurele kosten. Voorbeelden hiervan zijn de zogenoemde keldergravenproblematiek, het achterstallig onderhoud aan bomen en de achterstanden in de archivering.
College en raad worden op een later moment nader geïnformeerd over de inhoud van het herstelplan, de prioritering van maatregelen en de bijbehorende financiële impact.
Maatschappelijke Weerbaarheid & Bedrijfscontinuïteit
Door geopolitieke dreigingen, klimaatverandering en recente incidenten (zoals de langdurige stroomuitval in Berlijn) ontstaat een verhoogde kans op langdurige ontwrichting van vitale voorzieningen zoals elektriciteit, water, telecom en gas.
Maatschappelijke weerbaarheid gaat over het (uithoudings)vermogen van inwoners, organisaties, bedrijven en de overheid om deze verstoringen op te vangen, de impact ervan te beperken en zich er effectief tegen te beschermen. Een sterke voorbereiding draagt niet alleen bij aan crisisbeheersing, maar kan ook preventief werken door Nederland minder aantrekkelijk te maken als doelwit als ook de sociale cohesie bevorderen. Het kabinet en de VNG hebben sterk benadrukt dat gemeenten zich voor dienen te bereiden op een langdurige verstoring gedurende minimaal 72 uur. Dit vraagt ook om de weerbaarheid van de gemeente Dordrecht te versterken.
Op dit moment ontbreekt het aan een gestructureerde en samenhangende aanpak binnen de gemeente Dordrecht. Er is behoefte aan een integrale benadering die zowel de continuïteit van de eigen organisatie borgt en de zelfredzaamheid van de stad versterkt. Voor de interne processen loopt sinds december separaat een traject om in kaar te brengen welke plannen, draaiboeken en procesbeschrijvingen er al zijn. Vanuit het college is in het najaar van 2025 ook verzocht om te komen tot een bestuursopdracht tot maatschappelijke weerbaarheid. Deze bestuursopdracht richt zich op de verkenning van een programmatische aanpak voor Maatschappelijke Weerbaarheid, waarbij Weerbaarheid en Bedrijfscontinuïteit in elkaars verlengde liggen en we aansluiten op de regionale en landelijke aanpak.
Waarom is dit een onzekerheid?
- De exacte meerjarige kosten zijn nog niet bepaald. Dit is afhankelijk van het bepaalde ambitieniveau.
- De fasering en aanpak is afhankelijk van besluitvorming in Q2/Q3 2026.
- De benodigde capaciteit, middelen en bestuurlijke keuzes zijn daarmee nog niet volledig vastgesteld.
Afvalstoffenheffing
De komende jaren hebben we te maken met een stijging van de verwerkingskosten door extra heffingen van het Rijk. Dit betreft:
- een geleidelijke stijging van de CO2-heffing tot 2030 en
- een grote getrapte stijging van de afvalstoffenbelasting (ASB) in 2028 en 2035.
Voor Dordrecht betekent dit, bij een gelijkblijvende hoeveelheid te verbranden afval, op basis van de door HVC aangeleverde informatie:
JAAR | CO2 heffing | extra ASB | extra heffing | meerkosten |
|---|---|---|---|---|
per ton afval | per ton afval | per ton afval | heffingen totaal | |
2026 | 5,79 | 0,00 | 5,79 | 133.170 |
2027 | 17,50 | 0,00 | 17,50 | 402.500 |
2028 | 36,10 | 52,08 | 88,18 | 1.836.405 |
2029 | 56,00 | 52,08 | 108,08 | 2.294.105 |
2030 | 78,20 | 52,08 | 130,28 | 2.804.705 |
Deze bedragen kunnen nog verlaagd worden door compenserende maatregelen, waaronder verlagen van de hoeveelheid te verbranden restafval door betere afvalscheiding.
Voor 2027 zijn de meerkosten naar verwachting binnen de begroting op te vangen.
Op de langere termijn zal dekking gevonden moeten worden omdat ook de reserve afval uitgeput raakt.
Duurzaamheidsfabriek
De maatschappelijke betekenis van de Duurzaamheidsfabriek in de wisselwerking met het bedrijfsleven en onderwijs op thema's als digitalisering, energietransitie (PPS Scale) en maritieme techniek neemt steeds verder toe. Het is inmiddels een onmisbaar onderdeel van ons lokaal en regionaal economisch en human capital beleid, inclusief de programma’s voor Leven Lang Ontwikkelen, met een grote maatschappelijke impact. Deze impact is qua schaal en belang zou de rol die een regionale ontwikkelmaatschappij speelt, maar in dit geval gericht op kennisontwikkeling, innovatie en talentontwikkeling. Thema's die vanuit het brede welvaartsperspectief van de gemeente (en regio) van toenemend belang zijn.
Ondanks deze grote waarde voor de gemeente kampt de Duurzaamheidsfabriek tot op heden met een exploitatietekort, waarvoor de gemeente en het ROC Da Vinci elk voor de helft verantwoordelijk zijn. Hoewel de bezettingsgraad op de 4e verdieping aanzienlijk is verbeterd en de bedrijfsproductievloeren nagenoeg volledig zijn verhuurd, blijft de gemeentelijke bijdrage in het tekort op basis van de huidige uitgangspunten noodzakelijk. In het licht van het bovenstaande is deze bijdrage feitelijk geen afdekking van een tekort, maar een publieke investering in genoemde brede welvaartsbevordering. Hoe dan ook zou het streven moeten zijn om de bijdrage in het exploitatietekort weg te nemen.
Om dit te bereiken vinden in 2026 passende maatregelen plaats, ingegeven door:
- Beëindiging project Leerpark (eind '25): Door het stoppen van de grondexploitatie (grex) verliest de Coöperatie Ontwikkeling Leerpark U.A. een van haar kernfuncties. Dit dwingt tot een nieuwe organisatiestructuur met een heldere knip tussen vastgoedexploitatie en inhoudelijke programmering.
- Realisatie van de Maakfabriek: De bouw hiervan start begin '27. Dit gebouw complementeert het campusaanbod voor innovatie en praktisch opleiden en biedt de nodige schaalvergroting voor de Duurzaamheidsfabriek.
- Campusorganisatie 2.0: Er wordt toegewerkt naar een nieuwe organisatie gericht op programmering, losgekoppeld van het vastgoed en de eigendomspositie.
Deze ontwikkelingen leiden in 2026 naar verwachting tot besluiten die direct ingrijpen op de eigendomspositie, de exploitatieverantwoordelijkheden en daarmee het wegnemen van de gemeentelijke bijdrage in het exploitatietekort. De uiteindelijke afweging is aan het nieuwe gemeentebestuur.
Onderhoudsreserve
De kosten voor planmatig onderhoud van de panden van Vastgoed worden betaald uit de onderhoudsreserve. De stand van de onderhoudsreserve en de jaarlijkse dotatie zijn niet voldoende financiële dekking voor de werkelijke kosten van het planmatig onderhoud.
Er zijn meerdere oorzaken aan te geven:
- De jaarlijkse storting in de onderhoudsreserve is een optelsom van de individuele stortingen (dotaties) die per pand worden gedaan. Het merendeel van deze dotaties is gebaseerd op onderhoudsplanningen uit 2016; Deze zijn sterk verouderd en blijken niet altijd betrouwbaar.
- De stortingen die de afgelopen jaren in de onderhoudsreserve vastgoed zijn gedaan, zijn niet geïndexeerd.
- De kosten van onderhoud zijn de afgelopen jaren flink gestegen door de excessieve bouwkostenstijging.
De jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsreserve dient herijkt te worden. Hiervoor zijn en worden in 2026 MJOPS geactualiseerd en verbeterd. Hiernaast speelt ook de afweging om de onderhoudsreserve om te zetten in een onderhoudsvoorziening, en de overweging het onderhoud met een cyclus > 20 jaar toe te voegen aan de reserve/voorziening.
Voor het tekort in 2026 en 2027 is binnen deze perspectiefnota een aparte ontwikkeling ingediend. De financiële consequenties op de langere termijn, inclusief de hierboven genoemde beleidsoverwegingen, worden in 2026 verder in kaart gebracht en aan de raad voorgelegd.
Ontwikkeling energieprijzen
In februari 2026 is als gevolg van geopolitieke spanningen en de oorlog in het Midden-Oosten een opwaartse druk ontstaan op de internationale energiemarkten. Deze ontwikkeling heeft geleid tot stijgende grondstofprijzen, hetgeen zich naar verwachting (deels) zal vertalen in hogere energietarieven.
Binnen de gemeente Dordrecht en de regio Drechtsteden wordt gewerkt met een systematiek van variabele energietarieven. Hierbij wordt op basis van gerealiseerde marktprijzen een gemiddelde berekend over een reeks van maanden, dat vervolgens dient als uitgangspunt voor de contractuele afspraken met de energieleverancier. Deze systematiek dempt enerzijds sterke pieken in de markt, maar brengt anderzijds met zich mee dat prijsstijgingen met enige vertraging doorwerken in de gemeentelijke lasten.
Gelet op de recente marktontwikkelingen bestaat het reële risico dat de gehanteerde gemiddelde tarieven in de komende periode stijgen. De mate waarin en het tempo waarin deze stijging zich voordoet, zijn op dit moment nog onzeker en afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de energiemarkten en geopolitieke situatie.
Een stijging van de energietarieven kan leiden tot hogere exploitatiekosten voor gemeentelijke voorzieningen en vastgoed. De financiële impact hiervan is mede afhankelijk van het energieverbruik, de mate waarin reeds prijsafspraken zijn vastgelegd en eventuele mogelijkheden tot besparing of verduurzaming.
Het college volgt de ontwikkelingen op de energiemarkt nauwgezet en beziet in hoeverre aanvullende beheersmaatregelen noodzakelijk zijn. De gemeenteraad wordt, indien daar aanleiding toe is, nader geïnformeerd over de financiële consequenties en eventuele bijsturingsmaatregelen.
Programmamanagement en projectbeheersing
Inrichting desk projectbeheersing, portfoliomanagement, monitor grote programma’s en projecten
In de evaluatie van de afgelopen periode heeft het directieteam vastgesteld dat de sturing op ontstaan, starten en stoppen van projecten en programma’s verbetering behoeft. De directeur bedrijfsvoering en clustermanager Concern hebben op zich genomen om met een advies te komen over de architectuur /ontwerp en inrichting van een structuur, waarbinnen het mogelijk is om beter programmatisch te sturen. De opdracht is vooralsnog opgeknipt in 4 deelopdrachten, waarbij het inrichten van een goed proces van portfoliomanagement/projectbeheersing en monitoren op projecten en programma’s één van de deelopdrachten vormt. Een deelopdracht met urgentie; wil de organisatie tijdig afspraken kunnen maken over starten/stoppen programma’s en projecten en strakker kunnen sturen op randvoorwaardelijke toetsing van projecten en programma’s op haalbaarheid, is tempo op dit deelproject nodig en moeten de goede randvoorwaarden geschapen worden.
Wil de deelopdracht van projectbeheersing/portfoliomanagement slagen, is het nodig om vast een desk in te richten, die enerzijds een belangrijke rol gaat spelen in plannen/voorbereiden van programma’s en projecten en anderzijds een belangrijke rol gaat spelen bij projectbeheersing/portfoliomanagement en zo een zinvolle bijdrage in de verschillende fasen van programma’s en projecten kan leveren.
In het kader van bezuinigingen is afgesproken kosten van het inrichten van een desk zo veel mogelijk ten laste van projecten te brengen. Vanzelfsprekend ontstaat er een onzekerheid als kosten niet ten laste van projecten kunnen worden gebracht.
Inverdienopgave Programmamanagement
Bij de vorming van het team in 2022 is er uitgegaan van de formatie (11 FTE) in AFAS en de daarbij behorende salarisruimte van € 1,4 miljoen. Deze ruimte is daarbij ook als inverdienopgave aan het team opgelegd waardoor er € 1,4 miljoen begrotingsruimte elders is gecreëerd. De inverdienopgave dient geheel door de programma's waar de managers aan werken te worden opgebracht.
In de uitwerking van de opgave zien we dat het jaarlijks niet lukt om aan de opgave te voldoen. In 2023 was dit een tekort van (afgerond) € 0,7 miljoen, in 2024 bijna € 0,9 miljoen en in 2025 is het tekort bijna € 0,5 miljoen.
Voor 2026 zijn diverse scenario’s onderzocht, maar is vooralsnog gekozen om de huidige werkwijze te continueren om een groter begrotingseffect te voorkomen.
